Nog steeds zijn ze te koop, de boeken die ik geschreven heb. Zie de link: Mijn boeken.

Home » Korte verhalen van de Oudjeswachter » Verhuizen , een elektricien vertelt en weer die rookmelder….

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik een stukje geschreven heb!

Zo een schrijf stop heb ik al eens eerder gehad en het heeft gewoon te maken met wat je leventje op dat moment inhoud.

We hebben heel wat spannende maandjes achter de rug, die we overigens zelf hebben opgeroepen.

 

Eén van de spannende dingen was dan toch wel, we hebben gewoon een huis gekocht en gaan dus maar weer eens verhuizen en wel naar Kudelstaart.

Er zijn wel mensen die niet eens meer proberen om te kijken waar ik woon, want het is pas de 11de keer in 26 jaar dat ik van adres verander, ach mijn voorvader was marskramer en kwam uit Algerije dus daar zal ik het wel van hebben, een zwerver, eh misschien zigeuner.

Ons huurhuisje hebben we al opgezegd en de nieuwe bewoner wordt mijn collega-huismeester Moos met zijn vrouw Irene dus ook al weer leuk!

De overdracht van ons nieuwe woning is 16 december en op derde kerstdag hopen we de laatste grote spullen naar Kudelstaart te verhuizen.

 

Gisteren kwam een elektricien van de firma Zelhorst  om op alle etages de stopcontacten na te kijken.

Er waren hier en daar stopcontacten stuk en er zaten er nogal wat los.

Ook kwam hij een bakkie koffie halen bij mij en terwijl hij op de stoel zat te genieten was het zuchten niet van de lucht.

“Goh man, ben je nu al moe?”, vroeg ik gekscherend aan hem.

“Nou ach, als je eens wist hoe dat is gekomen!”, hij wilde al het verhaal gaan vertellen, maar  zijn mobiel begon te riedelen.

Ik had al het gevoel dat er weer zo een verhaal zou komen, dat een mens zijn leven helemaal kan veranderen.

Zijn gesprek was afgelopen en daar begon hij te vertellen.

“ Het was in 1996 Wijnand dat ik van de trap was gevallen. Ik kwam onder stroom te staan en viel achter over van de trap. Door de enorme lading stroom die ik kreeg kwam ik met een enorme klap op mijn rug terecht en wel met zo een kracht dat ik ook nog eens dubbel sloeg en met mijn neus op mijn schoenen terecht kwam. Later bleek dat ik drie ruggenwervels had gebroken. In eerste instantie denk je “Ach ik leef nog!” maar daarna kom je tot besef dat het nooit meer de oude wordt. Ook werd ik geheel afgekeurd en mocht niet meer werken”.

“Maar nu ben je toch weer aan het werk?”, vroeg ik hem terwijl hij een slokje koffie nam.

“Na twee jaar revalideren wilde ik perse nog wat gaan doen, want stilzitten met zo een rug is sowieso niet prettig. Maar eerst wilde de verzekering daar niet aan, want ze moesten me dan voor een enorm bedrag verzekeren voor het geval dat het fout zou gaan. Na heel veel aandringen en zeuren mocht ik dan drie dagen in de week een uurtje werken. Ik was nog niet tevreden, want een uurtje wat is dat om te werken! Uiteindelijk kreeg ik dan  twee uurtjes per dag, dus 6 uurtjes per week. Inmiddels heb ik dat uitgebreid naar 4 uurtjes per dag en dat telt toch door en is dan zwaar en pijnlijk, meer zou echt niet kunnen! Maar ik tel nog wel mee!”, en weer kwam er een enorme zucht.

 

Het volgende volgend verhaal is bijna klassiek te noemen, maar toch weer in een heel ander jasje!

We gaan even terug naar het voorjaar, een mevrouw kwam bij me in het kantoortje.

“Wijnand, ik slaap de laatste tijd nogal slecht! Er zit namelijk een vogel op het dak en die gaat nogal te keer, het lijkt wel gillen wat dat beest doet”.

“ Ja mevrouw dat kan heel goed! Elk voorjaar broeit hier een stel scholeksters en als er ook maar wat in de buurt komt schreeuwen ze het uit”, antwoordde ik haar.

Inderdaad kunnen deze beesten een hels kabaal maken.

In het begin dat ik hier werkte ben ik het dak opgegaan om te kijken wat er aan de hand was.

Nadat ik mijn hoofd door het luik had gestoken, begonnen er twee van die vliegbeesten heftig te protesteren en rond te cirkelen.

Tja daar wordt je alleen maar nieuwsgieriger van, dus ik klom op het dak om te kijken.

Eenmaal op het dak dacht ik, “eerst maar een rondje om de koepel heen”, en terwijl ik aan de achterkant liep, begonnen die birds kleinere cirkels te maken en maar schreeuwen, het leek wel of er iemand gekeeld werd!

Naarmate ik verder liep werd het steeds heftiger en vloog een scholekster vlak over mijn hoofd en het was net of hij schreeuwde “Weg jij!!!! Weg jij!!!!”, wat een schrik.

Ik kwam bij een afzuiginstallatie op het dak en opeens schoot er iets tussen mijn benen door, ja hoor een baby vliegbeest.

Dat beest begon me toch te rennen als een kip zonder kop, een van die ouders vloog al gillend achter het kind aan en de ander vond het nodig om mij af te leiden, door heel laag over me heen te vliegen.

Toen de kleine aan de andere kant van de koepel was geracet vloog ook nummer twee achter hem aan.

Even was het rustig totdat het geschreeuw aanzwelt tot een enorm kabaal, het kan bijna niet, maar nog harder als eerder het geval was.

Dus ik richting het vocale kabaal, was die kleine vliegkip van het hoge dak op het lage dak gevallen, het mankeerde niets want het liep als een kieviet rond te racen als een gek en de ouders maar schreeuwen, een hels kabaal.

Ramen en deuren gingen open bij de omliggende gebouwen en mensen die beneden liepen, stonden naar boven te staren.

Ik naar de ladder om naar beneden te gaan om via de tweede etage naar het lage dak te gaan.

Terwijl ik daar aankwam werd ik natuurlijk weer belaagd door de ouders en zo voorzichtig als ik was bleef ik wel ver van de dakrand af, je weet maar nooit met beesten in paniek.

De kleine was intussen door zijn energie heen en zat te bibberen tegen een afzuig installatie, ik kon hem zo oppakken, wat weer niet in dank werd afgenomen door pa en moe.

Met het vogeltje in mijn handen gauw naar binnen gewipt en naar de vierde etage de ladder op en het vogeltje op het hoge dak los gelaten en snel het luik gesloten.

Nog even een gekrijs van de ouders en toen werd het langzamerhand weer rustig.

Ik heb ze niet af kunnen schrikken want ze komen nog steeds terug in het voorjaar.

 

Weer terug naar mevrouw!

Ze nam maar aan dat het dan weer vanzelf overging als de vogels weer zouden vertrekken als de jonkies uit zouden vliegen.

Uiteindelijk was ik het verhaal allang weer vergeten toen mevrouw na een paar maanden weer voor mijn neus stond.

“Wijnand, ik wordt er toch niet goed van hoor, die vogel op het dak, ik kan er niet meer tegen, kan je hem niet wegjagen?”, vroeg ze aan mij.

“Nou mevrouw dat lijkt me nogal moeilijk een vogel wegjagen, het beest vliegt op maar als je weer weg bent komt hij weer net zo snel terug!”, was mijn antwoord.

Mevrouw was nog niet overtuigd en vroeg ”Mag mijn man dan even het dak op om die vervelende vogel weg te jagen?”.

“Nee dat kan ik niet toe laten, het spijt me!”, antwoordde ik en teleurgesteld ging ze weg.

Een paar dagen later kwam haar man bij me langs.

“Goh Wijnand, kan je echt niets doen aan die vogel? Ik heb er niet zo een last van maar mijn vrouw kan er niet van slapen, van dat gekrijs!”, stelde hij de vraag.

Waarom ik het niet eerder heb gevraagd of op gekomen was weet ik niet, maar ik vroeg de man “Die vogels krijsen toch niet in de nacht? En volgens mij zijn ze allang vertrokken om deze tijd, tenminste ik hoor ze al een tijdje niet meer! Maar zegt u eens wat hoort u nu eigenlijk precies voor een geluid en hoe vaak?”.

“Tja het gebeurt regelmatig, een soort geschreeuw. De ene keer harder dan de andere keer en ook in de nacht, hoor Wijnand! Echt waar!”, was het antwoord.

“Maar  s’nachts slapen de vogels, dat kan toch niet!?”, zuchtte ik.

Ineens ging er een lampje branden.

“Meneer,  eh, hoe lang is het geleden dat de batterij van uw rookmelder is vervangen?”, vroeg ik hem.

“Wat heeft dat nu met die vogels te maken?”, vroeg meneer verbaasd.

“Alles meneer, als het is wat ik denk. U moet thuis even de batterij uit de rookmelder halen. Het kan zijn dat de batterij leeg is en dan geeft de rookmelder af en toe een flinke gil”.

“Het zal toch niet…….”, en zonder zijn zin af te maken ging meneer naar huis.

De volgende dag kwam ik het STEL tegen in de binnentuin en mevrouw riep al van verre ”Kijk daar heb je mijn redder!” en toen ze dichterbij waren ”Gooooooh wat heb ik lekker geslapen Wijnand! Heerlijk! Zaaaaaalig!”

Haar man voegde er nog iets aan toe “Nou ik heb mijn achternaam wel eer aangedaan, wat ben ik een stom ……..”

Tja brave lezers deze informatie moet ik jullie helaas onthouden vanwege de privacy van de bewoners, ha ha ha.

 

Groetjes de oudjeswachter.