Nog steeds zijn ze te koop, de boeken die ik geschreven heb. Zie de link: Mijn boeken.

Home » Korte verhalen van de Oudjeswachter » Hoge pieken en diepe dalen……..

Als je een dagje hang en sluitwerk afspraken hebt kom je huisje in en huisje uit, en krijg je ook nogal veel verschillende stemmingen te horen.

Bij de een krijg je een vrolijk verhaal bij de ander een heel triest verhaal.

Over het algemeen gaat het vanzelf weer aan je voorbij, maar vorige week was het allemaal wel heel erg extreem, en dan zijn er wel dingen die bij je blijven hangen en waar je over na gaat denken.

 

Het eerste huisje was het eigenlijk al raak, daar woont een echtpaar waarvan de man naar het ziekenhuis moest toen ik de vorige keer daar langs ging om de cv bij te vullen.

Dus het eerste wat ik aan meneer vroeg was “Hoe is het met u, want de vorige keer moest u naar het ziekenhuis “.

“Nou Wijnand dat muisje had een lelijk staartje het bleek dat ik longkanker had en inmiddels heb ik al een chemo kuur achter de rug en over twee weken krijg ik de uitslag of het heeft aangeslagen of…..”.

“Ik ga eerst even zitten”, zei de man zwaar vermoeid “Of moet ik je ergens mee helpen?”

“Nee gaat u maar lekker zitten, ik kan het alleen wel af ”, zei ik tegen hem.

Nadat ik het rondje langs alle deuren had gehad gaf mevrouw al aan dat haar man nog iets aan mij wou vragen, dus ik weer naar meneer toe.

“U wou mij nog iets vragen, meneer?”

“Ja Wijnand zou jij voor ons een lampje op willen hangen, want na die chemo kan ik helemaal niets meer en ben ik steeds maar erg moe”.

“Ja natuurlijk kan dat”, antwoordde ik ”Ik zal even mijn agenda pakken”.

Terwijl ik in mijn agenda zat te bladeren vroeg ik aan meneer “Bent u nou nog erg ziek geweest van de chemo, want de een heeft er meer last van dan een ander”.

“Ach wat heet ziek, als je met zoiets behept wordt vervagen alle grenzen en moet je steeds je grenzen verleggen, vroeger als je een zware griep had dan was je toch ziek en nu vergeleken met dit is het maar een kippestrontje”.

En terwijl hij even naar lucht hapte, pakte hij mijn arm beet en met een handgebaar liet hij blijken dat ik wat dichterbij moest komen met mijn hoofd en fluisterde in mijn oor ”Weet je, ik denk dat het niets meer wordt met me, maar tegenover mijn vrouw doe ik net of alles goed gaat, en dat het goed heeft geholpen dan heeft ze er niet zo veel verdriet van”.

Tja dan zit je er meteen midden in, de man vertrouwt je toe dat hij gelooft dat het afgelopen is maar verzwijgt het juist tegen degene die er het recht op heeft om te weten hoe hij erover denkt.

Zijn vrouw!

Je hebt dan de neiging om tegen hem te zeggen dat hij er juist wel met zijn vrouw erover moet praten, want het komt toch een keer en praten lucht op.

Maar ja, je bent maar een passant en moet de mensen laten leven zoals zij het zelf verkiezen, en mag of moet je daar niet mee bemoeien.

 

Toen ik een paar dagen later het lampje op ging hangen , bracht ik de man nog in verlegenheid zonder dat ik daar wat aan kon doen.

Ik moest wat uit mijn gereedschapskar wat pakken die buiten in de gang stond, staat daar ineens mijn chef voor mijn neus, die was een ronde aan het maken met het nieuwe hoofd woondiensten en wou haar even aan mij voorstellen, en vroeg meteen aan meneer of hij samen met haar in de woning mocht kijken, dan wist ze meteen hoe ze er van binnen uitzagen.

Terwijl ze samen met mevrouw het huis gingen bekijken, pakte meneer mij bij de arm en trok me het cv hok in en vroeg verschrikt “Wijnand je komt nou toch niet in de problemen nu je voor mij een klusje aan het doen bent?”

“Nee hoor, zo lang het maar kleine dingetjes zijn en ik er niet voor betaalt wordt dan is het prima”, stelde ik hem gerust.

“Ja maar, we wilden je juist een kleinigheid geven, geen geld hoor maar wat anders maar dat kan nu niet”.

 

We gaan weer een paar dagen terug in de tijd en naar de volgende woning voor het hang en sluitwerk

Daar ging de voordeur open en stond een vrolijk stralende vrouw en ze zong bijna ”Kom binnen, kom binnen Wijnand maar let niet op de rommel want we zijn uitnodigingen aan het maken, want we geven binnenkort een feest omdat we 60 jaar getrouwd zijn!”

De man van deze mevrouw heeft vroeger in de bewoners commissie gezeten en is ook vaak aan het biljarten en heeft ook pentekeningen gemaakt van boerderijen voor in mijn kantoortje,

dus we kennen elkaar en dan kan het gebeuren dat je ook grapjes met elkaar kan maken als het klikt.

Ik keek mevrouw een beetje verbaasd aan  toen ze vertelde dat ze 60 jaar getrouwd waren ”Wat zegt u 60 jaar dat is nogal wat, wie is de gelukkige?” terwijl de man gewoon aan tafel zat.

“Goh ja”, zei mevrouw “Ik weet niet of ik dat wel aan jou wil vertellen want hij is nog al eh, nog al …mmm apart vreemd persoontje”.

“Hallo gaan jullie lekker”, zei de beste man.

“Hoorde u dat?”, zei ik en keek verbaast in het rond “Er is nog iemand in huis”.

En mevrouw weer ”O ja waar dan, och verhip dat is hem “.

Ik weer “Wie?, wat is verhip hem?”

 Ze wees met haar vinger naar haar man “Nou dat is de “gelukkige “, ze kon haar lachen al niet meer houden.

Ik liet van verbazing mijn mond open zakken en plofte op de stoel die naast me stond en zei ”Maar mevrouw dat zijn tropen jaren geweest met zo een man, en tropen jaren tellen dubbel dus u bent niet 60 maar 120 jaar getrouwd!”.

Zonder dat meneer reageerde zat hij in een stapeltje enveloppen te rommelen en mompelde tegen zijn vrouw ”Zo vrouw we hebben net zo ongeveer € 12,50 verdient”.

“Hoezo?”, vraagt mevrouw.

“Nou je denk toch zeker niet dat die uitnodiging van de huismeester nog de deur uitgaat”, en hij mikte zo de enveloppe de prullenbak in en “Wanneer ga jij nou eens die deuren doen? “Want je zit nu hier je kostbare tijd te verdoen”.

Hoe was het ook alweer? “Wie de bal kaatst…….”.

 

De volgende woning was weer een heel ander verhaal, toen ik aan belde kwam er eerst niemand naar de deur toe, maar na nog een keer gebeld te hebben werd de deur open gedaan.

Toen ik het persoontje zag staan schrok ik wel in eerste instantie, er stond een vrouwtje voor over gebogen met uitgeholde ogen en een grauw gelaat.

“Dag huismeester, u komt voor het hang en sluitwerk, komt u maar binnen”.

Ik wilde gaan beginnen maar ze begon meteen tegen me te praten.

“Eigenlijk heeft het voor mij geen zin meer, maar ja de volgende die komt heeft er weer plezier van”.

Ik begreep het niet helemaal dus vroeg aan haar “Gaat u soms verhuizen?”

Ze keek me een beetje vermoeid aan” Tja dat zou je wel kunnen zeggen het is een soort verhuizen, ik ga namelijk binnenkort dood want ze kunnen er niets meer aan doen, ik heb kanker”.

Nou daar sta je dan weer oog in oog met iemand die heel wat te verwerken heeft.

Met een eentonige stem vervolgt ze haar verhaal ”Maar jongen dat je dood gaat is al erg maar dat je eenzaam bent is nog veel erger, het lijkt wel of je een besmettelijke ziekte hebt, de mensen negeren je gewoon of lopen heel snel voorbij zonder een praatje te maken, zelfs mijn eigen kinderen hebben er moeite mee om erover te praten en het te accepteren”.

Ze was even stil en pakte een zakdoekje om haar ogen even droog te maken en vertelde verder “Ik heb twee gezwellen onder in mijn rug en heb door mijn hele lichaam uitzaaiingen, ik ben zo verschrikkelijk moe”.

“Ik dacht, ik woon tussen oudere mensen dus die zullen wel een beetje met je willen praten maar nee hoor, als je ze tegenkomt zeggen ze gehaast goedendag  en lopen snel door”.

“Misschien komt het omdat deze mensen ook op leeftijd zijn en daar zo min mogelijk aan herinnert willen worden dat ze ook dicht bij de dood staan”, opperde ik voorzichtig.

“Ja dat zal wel maar iedereen weet toch dat je uiteindelijk dood gaat, ik heb het natuurlijk ook nog geprobeerd met een chemo kuur, ik heb ook daardoor met een kale kop rondgelopen, ik heb ook nachten lang verdriet gehad en nog steeds, maar wat ik mis is mensen om me heen die er gewoon over durven te praten en ik bedoel niet een arts of een andere hulpmiddel, maar gewoon de mensen om me heen”, en weer kwam het zakdoekje te verschijn om even haar ogen te deppen.

Onder het praten door was ik begonnen met mijn werk te doen en toen ik daarmee klaar was ging ik nog even bij haar op de bank zitten om te praten, ik kon het niet over mijn hart krijgen om meteen weg te gaan.

Beter maken kan je zo iemand niet, maar nog even met haar babbelen is een kleine moeite en met haar over de ziekte praten was goed te doen.

Toen ik weg ging had ik het idee dat mijn bijdrage maar heel weinig voorstelde maar toen ik de deur uitging hoorde ik haar met een hele zachte stem zeggen “Dank je wel jongen het was even fijn zo samen”.

 

Bij het volgende adres had een mevrouw  een stuk of 6 prachtige orchideeën voor het raam staan.

“Zo dat zijn prachtige orchideeën, mevrouw”, zei ik “Het is alleen jammer dat als ze uitgebloeid zijn, je ze niet meer in bloei krijgt”.

“Nou dat hebt u mis, er staan er een paar bij die al voor de derde keer in bloei staan!”

“Je moet ze alleen op de juiste manier verzorgen, je mag een orchidee nooit van boven af water geven”.

“Het beste is ze in een bakje te zetten en ze dan een half uurtje laten drinken”, vertelde ze geestdriftig.

“Ja dat weet ik en doe ik ook, maar ik krijg ze nooit meer in bloei”, gaf ik als antwoord.

“Dan moet u maar eens raden wat ik ze te drinken geef ”, opperde ze.

“Ik weet het echt niet mevrouw, zeven up soms?”, gokte ik.

“Nee natuurlijk niet, ze krijgen van mij lauwe thee in een schoteltje, daar mogen ze dan zoals ik al zei een half uurtje van drinken en daarna zet ik ze nog een poosje zonder schoteltje in de aanrecht om het overtollige vocht eruit te laten lekken en succes verzekert!”

“En dat doet u alleen als ze in bloei staan?”, vroeg ik haar.

“Nee ook als ze uitgebloeid zijn krijgen ze een bad, alleen dan veel minder, èèn keer in de maand is dan voldoende”, was de wijze raad.

Zo weer wat geleerd dacht ik en op naar de volgende klant.

 

Uiteindelijk waren bij de volgende afspraken weinig bijzonderheden en ging ik mijn kar in het werkhok stallen en toen ik de tweede la opentrok om mijn gereedschap er in op te bergen lag daar een fles wijn in, goh wie zal dat er nou stiekem in gelegd hebben, ik heb een vermoeden.

Groetjes, de oudjeswachter.