Het was na een lange werkdag dat ik weer naar huis mocht ( zucht!!!! ).

Dan loop ik via het Westwijkplein naar de voorkant van het winkelcentrum om daar de post van de oudjes in de brievenbus te doen.

In samenwerking met mijn chef en de bewonerscommissie hebben we voor mijn kantoortje een rode

brievenbus neergehangen met de tekst "uitgaande post voor bewoners".

Dan hoeven ze niet persè naar buiten en dat is voor de oudjes natuurlijk mooi meegenomen, ach ja je moet ze ook af en toe een beetje verwennen!

 

Ik ga dan via de achterkant van de Dignahoeve, over het betonnen bruggetje en onder het kunstwerk(?) door. Het kunstwerk bestaat uit een dak constructie op 3 x 5 betonnen pilaren en is gedeeltelijk begroeit met blauwe regen. Naast dit bouwwerk liggen ook nog aan beide kanten twee vlakken met zwart grit. Aan de ene kant staan drie stenen banken en aan de andere kant èèn stenen bank tussen de pilaren. Op deze banken staat de tekst "Weten de bestaande dingen dat ze bestaan?" in vier talen,  Nederlands, Engels, Frans en Spaans.

 

Toen ik onder het "kunstwerk" doorliep, zag ik in de verte Nicky ( deze naam heeft hij te danken aan het feit dat hij vaak in een wel "hoge snelheid" met zijn scootmobiel door het gebouw heen raast) al aankomen.

Hij zag mij ook en zwaaide en brulde "Hoi Boudewijn", das mijn nicknaam, zo noemt hij me van het begin af aan. 

Altijd als "Nicky" aan komt rijden duik ik ergens achter, omdat ik zogenaamd bang bent dat hij me ondersteboven zou rijden!

Dus nu ook en wel achter zo`n grote pilaar aan de kant waar maar èèn bank stond.

Toen sloegen bij Nicky de stoppen door, er kwam een grote grijns op dat smoelwerk en hij gaf gas en vond de pilaren wel een mooi object om daar omheen te scheuren, en geloof me die karretjes kunnen best hard, en er waren verder geen personen in de buurt dus…..

Met een wijde boog schoot hij tussen de eerst twee pilaren door, om vervolgens inde zwarte grintbak in een korte draai te keren, waarbij vlak langs een boompje en licht slippend weer op de veilige tegels terug te keren.

Zo dacht ik die heeft zijn pleziertje wel gehad.

"Dat was leuk Boudewijn, dat was leuk!", en voor ik antwoord kon geven "Dat doe ik nog een keer!", en hop daar ging hij weer.

Nadat hij hetzelfde traject weer afracete, het lijkt wel een formule 1 verslag, en na de eerste ervaring het boompje wat beter inschatte, kwam hij weer terug naar de tegels.

Maar dit keer dacht Nicky niet aan stoppen, hij wilde om de volgende paal door slalommen, maar……..

Ik riep nog naar hem "Ho, stoppen!!!!! Daar staat een ba………", maar was al te laat.

Boinggggggggg!!!!!!!

Ik zag de achter wieltjes iets omhoog komen en een arm omhoog gaan om zich in balans te houden, maar verder gebeurde er niets gelukkig! Hij bleef staan.

"Brrt, Boudewijn dat ging niet helemaal goed he", was zijn reactie met een gezicht van half verbazing en half schrik en verontwaardigd "Er , er staat hier ook een bankje?! Sinds wanneer staat die hier? Ze stonden altijd alleen aan die kant?", wees hij naar de andere kant van het "kunstwerk".

"Nou nee hoor, ik werk nu al heel wat jaartjes hier, en zolang staat dat bankje er ook al! Motormuis!!!", zei ik lachend.

Toen bleek ook weer dat je dit persoontje goed moest kennen, hij had een apart soort humor!

Als je met hem gaat dollen, komt er een vrij taalgebruik tevoorschijn. Dus nu ook weer.

"Ach klootzak! Je bent een eikel Boudewijn! Ga je me nu ook nog eens uitlachen, lul dat je er bent! Ik ben een invalide hoor sukkel! Stomme brilsmurf", zegt hij dan met stalen smoel.

En dan rijd hij een stukje weg om vervolgens weer te stoppen en met een grijns op zijn gezicht "Dat meen ik niet hoor Wijnand, ik mag je wel!"

"Ja, ja het zal wel, maar heb je eigenlijk schade aan je racecar?", vroeg ik hem.

Samen gingen we kijken, het viel mee. Alleen het boodschappen mandje voorop was wat ingedeukt en de rest was opgevangen door een beugel die voor op het karretje zat.

"Je hebt geluk dat ik geen politieagent ben", zei ik tegen hem.

"Hoezo?", vroeg hij verbaasd.

"Nou dan pakte ik je rijbewijs af!", zei ik streng tegen hem.

"Weet wat ik dan zeg, Boudewijn? Ik kom hem morgen wel brengen! En weet je waarom? Morgen komt nooit want dan is het vandaag! Hahahaha", lachte hij.

"O daar kan ik nog meer over zeggen", en deed ik er nog een schepje bovenop.

"Ik kom vandaag of morgen bij u langs!

Maar eh, vandaag red ik het niet meer, dus wordt het morgen!

Maar ja, morgen komt nooit!

Want als het morgen is, is het vandaag!

Goh, vandaag redden we het niet meer, morgen dan maar!!!!!!!??????", eindigde ik mijn betoging.

Verbluft zat hij me aan te kijken.

En zoals vaak ging het afscheid met Nicky op de volgende, maar voor mij o zo bekende rare manier.

Met het hoofd schuddend "Stomme gek, idioot, halve gare! Dat noemen ze huismeester, poeh huismuts zal je bedoelen! ", en weg scheurde hij.

Als hij dan weg rijdt roep ik hem altijd na met zijn  eigen naam " He Henk, zitten je veters wel vast?"

Hij stopt dan weer, kijkt naar beneden en zegt zogenaamd gepikeerd "Ach joh, kloothommel ik heb helemaal geen schoenen met veters", om dan vervolgens naar zijn hoofd te wijzen en zijn weg te vervolgen.

Ik dus ook maar, en liep verder richting brievenbus om mijn dagelijkse last te verlichten, goh klinkt wel interessant, toch?

Groetjes, de Oudjeswachter.