Nog steeds zijn ze te koop, de boeken die ik geschreven heb. Zie de link: Mijn boeken.

Home » Korte verhalen van de Oudjeswachter » Humor uit de wachtkamer van de trombosedienst

Als het woensdag is moet ik voor de trombosedienst portier spelen.

Er komen dan veel mensen van buitenaf, dus die moet ik dan binnen laten.

Dan zit ik vanaf tien uur tot ongeveer kwart voor twaalf op het knopje te drukken, lijkt wel erg saai maar als ik soms de reacties van de mensen achter mij hoor, kan het soms best leuk zijn.

Zo ook een keer zaten er al drie ouwe baasjes te wachten ( haal het beeld maar naar voren van de Muppets op het balkon ) en kwam er een mevrouw aanlopen met de vraag “Wie is de laatste?”.

Waarop het eerste mannetje “Ikke niet hoor!”,  en het tweede mannetje “Ik ook niet hoor!”.

Hoopvol kijkt mevrouw naar het derde mannetje.

Maar die gaf als antwoord ”En ik zeker niet mevrouw!”.

“O”, zei mevrouw “Zit de laatste op het toilet soms?”.

Het derde mannetje grinnikt dan en zegt “Nee hoor die staat vòòr ons!”.

Het dametje begrijpt het nog niet en kijkt om zich heen en antwoord “Nou ik zie niemand hoor!”.

“Nee u bent de laatste!”, grapte het derde mannetje en een schik dat ze dan hebben.

 

Deze kereltjes zitten er regelmatig, dan met zijn drieën, dan weer met zijn tweeën en soms alleen, maar het maakt allemaal niet uit als ze er zijn dan is het gezellig in de gang.

Onlangs belde er iemand aan, ik druk op het knopje komt er een meneertje voorover gebogen naar binnen, met een gezicht van “gadver moet ik weer naar de trombosedienst”.

Toen hij eenmaal was aangekomen in de gang hoorde ik hem met een brommerige stem zeggen “Achter wie kan ik aansluiten?”.

Twee van de drie “Muppetsmannetjes” zaten natuurlijk naast elkaar en nadat meneer deze vraag gesteld had ging de eerste staan, schoof zijn stoel naar voren en zei “Nee dat wordt niks!”.

Ook het andere mannetje ging staan, schoof zijn stoel naar voren en met “Nee hoor bij mij ook niet!”, ging hij ook weer zitten.

En verder niets!

Een van de dames die naast deze heren zat werd toch wel een beetje nieuwsgierig en vroeg ”Wat doen jullie toch?”.

“Nou mevrouw we kijken of er een aansluiting achter ons zit “, grapte een van die heren.

Dat was weer lachen geblazen natuurlijk.

 

Maar de heren zijn soms zo op dreef dat ze ook wel eens de mist ingaan met hun grollen.

We hebben de laatste tijd ook wel asielzoekers als klant en deze mensen kunnen soms een klein beetje Engels maar spreken verder geen woord Hollands.

Op een gegeven woensdag zat er ook een buitenlands getinte man in de gang.

Het trio was ook compleet en dacht we gaan het weer eens gezellig maken.

Èèn van die Muppets sprak in een wartaaltje (zogenaamd buitenlands) die meneer aan, maar meneer reageerde niet.

“Nou deze mijnheer zegt ook weer geen Nederlands woord “, pruttelde èèn van die oudjes.

Dat was weer een reden om eens lekker populair te gaan doen, wel op een leuke manier overigens.

Er was geen enkeling aanleiding om te gaan twijfelen of het beledigend was, en trouwens hun straf hing al in de lucht, bleek later.

Op het moment dat ik toch maar even in de gang ging kijken naar die drukte makers was die meneer aan de beurt en stond op, knipoogde naar mij en zei in het vloeiend Nederlands “Gelukkig ben ik eerder aan de beurt dan die kletsmajoors, maar ach die oudjes moeten toch ook wat te doen hebben”.

Wat èèn van die oudjes nog  verbaasd liet ontvallen was “Verhip hij praat Nederlands”.

Ja toen had de rest groot plezier. 

Maar erg verlegen worden ze er niet van.

 

Op woensdag is ook de pedicure aanwezig, een vrolijke jonge meid die voor iedereen een praatje over heeft.

Als ze dan door de gang loopt om koffie te halen dan zitten die kereltjes inderdaad als die ouwe Muppets van “ja,ja,ja,ja….” en van ”he,he,he,he” en “tjonge, jonge ,jonge”, hun ogen rollen dan zowat uit hun kassen.

Volgens mij heeft dat bloedprikken dan ook niet veel nut meer van die oudjes, zo in de war lijken ze.

En opmerkingen van “Ik heb straks ook nog een afspraak met …….”.

Of  van “……kunnen we straks even in je agenda kijken voor een afspraakje”.

Ze is wel wat gewend en glimlacht een beetje en gaat gewoon weer aan het werk.

En de heren zoeken dan weer wat ander vertier.

Ach het is allemaal luchtig en vrolijk en iedereen “jong en oud” heeft er schik in.

Het is beter zo, dan een stille saaie wachtkamer die je bij de dokter of tandarts wel eens aantreft.

 

Groetjes, de oudjeswachter.