Nog steeds zijn ze te koop, de boeken die ik geschreven heb. Zie de link: Mijn boeken.

Home » Korte verhalen van de Oudjeswachter » Een aanvaring met Amstelring…

Als ik op mijn fiets naar mijn werk ga, dan rijd ik verschillende routes.

De meeste keren is het gewoon Kudelstaartseweg, Zwarteweg, Hornweg, Legmeerdijk en daarna Westwijk in.

Soms als ik hele goede zin heb fiets ik met mijn meissie mee naar Uithoorn en daar vandaan naar

Amstelveen en ben dan lekker een uur aan het fietsen.

Maar vanmorgen had ik de optie gekozen Kudelstaartseweg, bij het restaurant

 ‘t Bonte Schort rechtsaf de 1e Mensinglaan in en zo via de AH.Blauwstraat weer op de Hornweg.

Al blijd fietsend ging ik bij ’t Bonte Schort rechtsaf. Deze straat de 1e Mensinglaan fiets je het eerste stukje lekker naar beneden, dus een paar ferme pedaaltrappen en Wijnand sjeesde naar bené! 

In de verte zag ik langs de kant een persoontje staan.

Toen ik wat dichterbij kwam zag ik dat het een dame was en ze was zeer ingenomen bezig met iets wat ze in haar handen had.

De volgende gebeurtenissen volgde elkaar in een razendsnel tempo op.

Ik had het idee dat ze, voordat ze ging oversteken, toch even mijn kant opkeek en netjes zou wachten dat ik voorbij was, dus ik fietste rustig door.

Nou is voor mij rustig door fietsen vergeleken bij andere mensen nog een flinke snelheid.

In een volgende fractie deed ze haar been naar voren om over te steken, maar trok hem weer terug en begon ze weer ijverig te tikken met haar pennetje op het apparaatje in haar hand.

Dus nog steeds niets aan de hand en Wijnand fietste door en ik was bijna op de hoogte waar mevrouw langs de kant stond.

Ineens stapte ze al tikkend op haar apparaatje met ferme stappen de weg op en was een botsing bijna niet meer te vermijden, maar ik zag nog in een flits dat ik nog een klein stukje naar rechts kon.

Plots had ze door dat er een fietser haar pad kruiste!!

Met gevaar voor fiets en de geparkeerde auto die daar stond wilde ik langs haar heen gaan.

Maar nee in plaats van te blijven staan deed zij ook een stapje naar rechts.

Ze  draaide zich een kwart slag om en bleef wijdbeens staan en keek mij verschrikt aan.

Nu kon ik haar niet meer ontwijken, gelukkig was de snelheid er wel uit, en parkeerde ik mijn voorwiel daar waar de benen elkaar in de haren vliegen.

Natuurlijk was de schrik hevig en om haar evenwicht te bewaren gooide ze haar handen omhoog en nog geen tel later vloog haar elektronische agenda door de lucht.

Tja toen sloeg de zwaarte kracht weer toe en belande het apparaatje met een flinke smak tussen twee auto`s, die daar stonden geparkeerd, op het asfalt.

“Wat dat u nu!!!???”, vroeg ze hevig verontwaardigd.

“Wat doe ik? Ik probeer naar mijn werk te fietsen en mensen te ontwijken die zomaar oversteken!”, was mijn verontwaardigde antwoord.

Waarop zij weer mompelde “We hebben het door de vakanties nogal druk dus was ik aan het kijken waar ik allemaal heen moet! Och wat stom! En waar is nu mijn agenda?”, vroeg ze meteen er achter aan.

“Die ligt daar bij de auto`s aan de kant van de weg!”, terwijl ik mijn fiets op de standaard zette.

“O, o als hij maar niet stuk is!”, jammerde ze.

En ik zei nog ”Nou uw collega`s van Amstelring in Amstelveen krijgen allemaal nieuwe. Dus u hier in Aalsmeer misschien ook wel!”.

“Ja maar het is al een nieuwe!”, klonk het benauwd.

“Nou laten we even gaan kijken!”, en ik liep er naar toe.

Het apparaatje was onder een auto gegleden dus ik bukte me om het op te rapen.

Met een beetje rekken en strekken kon ik dat ding onder de auto vandaan halen.

Opeens hoorde ik achter me een gilletje “Wat nu weer?”, dacht ik en schoot omhoog en knalde met mijn hoofd tegen de autospiegel aan.

Toen ik naar mevrouw keek zag ik alleen haar staan. Ze stond alleen heel verbouwereerd naar haar jas te staren.

“Wat is er mevrouw?”, vroeg ik bezorgd.

“Huh! Huh!”, bracht ze eerst alleen maar uit en wees naar haar jas.

Toen zag ik wat er was gebeurt! Een lekkere flinke wit bruine streep van vogelenstront op haar jas.

“Zo een eh……dinges duif vloog bijna tegen me aan! We schrokken van elkaar en dan laat dat beest ook nog wat vallen!”, zei ze hevig verontwaardigd.

“O u bedoelt een tortelduif! Ja er zitten er hier nogal wat in die bomen. En er zitten ook een paar jonge duiven bij en die zijn nog zeer onhandig met vliegen. Ik moest van de week ook al een keer bukken op de fiets!”, liet ik me ontvallen.

“Ja en zijn het geen duiven dan is het iemand die niet oplet met oversteken. Als ik voortaan mijn agenda aan het lezen ben dan……eh, och waar is mijn agenda!?”, zei ze geschrokken.

“Hier!”, zei ik en hield hem omhoog voor haar neus.

Ze pakte hem aan “Zal hij het nog doen?”.

“Dat weet ik niet!”, antwoordde ik.

“Hij staat nog aan!”, zei ze terwijl ze het pennetje pakte en in het schermpje begon te tikken “Hij doet het nog! Hij doet het nog!”, riep ze opgelucht.

Daarna pakte ze een pakje zakdoekjes uit haar tas en begon het ergste van haar jas af te vegen en na nogmaals haar verontschuldigingen aangeboden te hebben, vervolgde we ieder onze weg.

 

De Oudjeswachter.